Het is een dag als vele andere. Ik steek de IJssel over, onderweg naar mensen. Zoals ik zo vaak heb gedaan in de afgelopen jaren. Trouwens, ik steek niet alleen de IJssel over, ook de Vecht, want aan die overzijde zijn eveneens een paar mensen om op te zoeken. En ik tref mensen tussen beide rivieren, in Zwolle, dat is voor mij helemaal dichtbij.
Ik ben bevoorrecht dat ik dit kan doen. Dat realiseer ik me als ik op pad ben. Nu het einde van mijn werk voor de vrijzinnigen in Hattem en Heerde (en omstreken!) nadert, realiseer ik me wat ik eigenlijk doe. Ik ben onderweg naar mensen. Ik tref u in huis, op een zondag in de Julianakerk of Notenhof, of bij een andere gelegenheid. Mooi werk, kort gezegd. Ik hoef me niet te melden in een fabriek of distributiecentrum. Ik word niet gedwongen de hele dag binnen door te brengen. Van mij wordt niet verwacht iets te doen waar niemand werkelijk behoefte aan heeft of waar de wereld ronduit slechter van wordt. Ik ben geen bezorger of producent van fastfood, Chinese pakketjes of financieĢle luchtbellen. Er zijn veel mensen voor wie dat een manier is om brood op de plank te krijgen, gelukkig geldt dat voor mij niet.
Wat is eigenlijk mijn werk? Dat is niet zo eenvoudig te zeggen. Een bezorger of producent ben ik niet. Je zou het zo kunnen zien, maar ik beschouw mezelf niet als een predikant die van alles komt brengen. Zelfs op zondag ben ik niet de prediker. Ik kom niet iets brengen, hopelijk wel iets teweegbrengen. Het is niet aan mij om inzichten en ervaringen panklaar aan te leveren. Het is aan mij om eraan bij te dragen dat ze naar boven komen, bij de ander en bij mij. Inzicht ontstaat in de ontmoeting.
Op die manier kan elke ontmoeting waardevol worden. Het is meermalen gebeurd dat ik iemand bezocht die het vooraf niet zo nodig vond. Als je geen probleem hebt, hoef je geen pastor te spreken, zo is de gedachte. Onverwacht kon het toch een goed gesprek worden, waar we allebei wijzer van zijn geworden.
Binnenkort eindigt mijn werk in Hattem en Heerde en omstreken. Hier gaat het niet verder. In de afgelopen tijd heb ik veel mensen gehoord die dat jammer vinden. Dat vind ik ook en ik ga u missen. Tegelijk koester ik de vele warme en waardevolle momenten. Dat het nu eindigt, hoeft geen afbreuk te doen aan alles wat er is geweest.
Hartelijk dank voor de afgelopen jaren. En veel dank voor alle mooie woorden en gebaren, cadeaus en bloemen die ik mocht ontvangen. Ik krijg vele goede wensen, die draag ik met me mee. Het is wederzijds. Ik wens u veel goeds, persoonlijk en met elkaar.
In de komende maand zal ik nog een aantal malen de rivier oversteken voor een ontmoeting. Het zal niet lukken iedereen te bezoeken. Laat het vooral weten als u het op prijs stelt, dan zorg ik dat het past. Na 1 april zal het contact minder worden, maar wie weet, echt ver weg ben ik niet. Tot ziens!
Jasper van der Horst